Middenin de revolutie

tolhuistuin2small

Om onze steden en gebieden te kunnen blijven ontwikkelen, moeten we niet zozeer kijken naar het genereren van nieuw kapitaal maar naar een andere benutting van bestaand kapitaal. De meest efficiënte en effectieve inzet daarvan ontstaat door de eindgebruiker voorop te stellen. Er zijn al veel innovaties gaande, maar die blijven allemaal op eilandjes functioneren als we het systeem niet veranderen. Het wordt tijd voor die stap extra: de institutionele revolutie.

Tel alle kleine en grote trends bij elkaar op en je krijgt een idee van de schaal van verandering waar wij middenin zitten. We zien nieuwe vormen van eigenaarschap, programmering en financiering. De ontwikkelingen op het gebied van financiering lijken het meest essentieel. Financiering laat het ware eigenaarschap zien en is daarmee (veelal) de bepalende factor voor de keuzes op het gebied van programmering en vormgeving.

Maar wie heeft er in deze tijden nog voldoende kapitaal? Meer partijen dan we denken. Er is een zoektocht gaande naar nieuwe vormen van financiering: gezamenlijk en meer effectief. De vraag is welke werkwijze het meeste uit een investering haalt. Het antwoord is vrij simpel, maar raakt toch vaak verloren in het proces: neem de uiteindelijke gebruiker als uitgangspunt. En bijna als vanzelfsprekend zie je hoe bestaand kapitaal, waaronder geld maar ook kennis en tijd, opnieuw ingezet kan worden.

Het individu
Laten we beginnen bij het individu, de eenling. Zijn belangrijkste goed is veelal de fysieke inbreng van lichaam of geest. Een inbreng die zeker als kapitaal gezien moet worden maar niet direct geld oplevert. Doch wel geld kan besparen. Zo heeft deTolhuistuin in Amsterdam-Noord een supervrijwilliger in de persoon van Kees Alberts. Architect van beroep, groene handjes als vanzelfsprekendheid en woonachtig in de buurt. Het park van de ‘Tolhuistuin’ is zo ongeveer zijn domein en die beschermt hij met verve.

Er komen ook steeds meer voorbeelden van burgers die hun vrij besteedbare kapitaal, zoals spaargelden, inzetten voor hun omgeving. Zie de investeringen inzonnepanelen en windmolens om energie voor de buurt verzorgen. Hiervoor is een directe betrokkenheid en belang bij het eindproduct cruciaal.

foto-Kees-Alberts-schommel-Tim-Hermsen

[Kees Alberts op de door hem gemaakte schommel in de Tolhuistuin, Amsterdam (foto: Tim Hermsen)]

De community
De eenling staat natuurlijk vele malen krachtiger als hij of zij deel uitmaakt van een community. In een community kan je het kapitaal van enkelen tot een kapitaal voor velen maken. Hier kan niet alleen een klein beetje geld omgezet worden in meer geld, maar kunnen ook verschillende expertises samen leiden tot een dragend geheel. Kijk eens naar winkelstraatvereniging Geef om de Jan Eef  waar buurtbewoners met succes hun diverse professies inzetten om de Jan Evertsenstraat in Amsterdam leefbaarder en economisch gezonder te maken.

Deze manier van denken brengt bovendien financiële communityportals voort, zoals Voor je buurt. Hier wordt het crowdfunding-concept ingezet om buurtprojecten te financieren. Ook projecten als Vechtclub XL in Utrecht konden tot stand komen dankzij de investeringen van belanghebbenden. Deze vormen van financiering leiden tot gezamenlijke betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

Het bedrijf
Steeds meer bedrijven lijken het besef te ontwikkelen dat hun directe omgeving van belang is voor de klantbeleving en daarmee voor de eigen portemonnee. Zo leerde ik een vastgoedontwikkelaar kennen die in Rotterdam een prachtig nieuw pand had opgeleverd. Na oplevering kwam hij tot de conclusie dat hij meer traffic naar en in het gebied nodig had om de verkoop van zijn kantoren en woningen te stimuleren. Dan is het toch jammer dat dit besef niet eerder was gekomen. Want hoe zou hij zijn investeringen hebben ingezet wanneer hij in een vroeg stadium had ingezien dat juist de levendigheid van de omgeving van belang is voor zijn potentiële gebruiker?

Ook voor bedrijven zal, in deze tijden van veel aanbod maar weinig vraag, de behoefte van de eindgebruiker steeds meer centraal komen te staan. Zonder het bedienen van deze behoefte, en daarmee het verkrijgen van hun interesse (en in een ideale vorm zelfs betrokkenheid), klapt het verdienmodel in elkaar.

De overheid
De overheid lijkt het niet langer alleen te willen doen. En dat is mooi want er is te veel besloten in naam van de burger zonder dat deze hier werkelijke zeggingskracht over had. De vraag is natuurlijk hoe het dan wel zou moeten. Het (in grote bulken) over de schutting gooien van taken van de overheid, zonder draagvlak bij de burger, leidt alleen tot een grotere kloof tussen overheid en burger. Terwijl het slechten van de kloof juist noodzakelijk is om het potentiële kapitaal van die burger te kunnen en mogen aanspreken.

Het gaat erom mensen stapsgewijs mee te nemen, van een verleden van ‘geven’ naar een heden van ‘eigen verantwoordelijkheid’. In deze stap is de kennis van de nabije wereld van de burger, en waar die specifiek behoefte aan heeft, cruciaal. Zo kan je efficiënt en effectief beschikbare gemeenschapsmiddelen inzetten en geoorloofd vragen om de inzet van het kapitaal (tijd, geld en kennis) van de betrokken burger. Hier zijn met name kansen in het verminderen van bestaande kosten en creëren van nieuwe waarde. Zo kost een stukje ongebruikt braakliggende grond in Amsterdam zo’n 15.000 euro per hectare per jaar aan beheerskosten. Elk initiatief dat daar plaatsvindt, lijkt niet alleen meegenomen maar zelfs noodzakelijk voor de leefbaarheid en verdere ontwikkeling van de stad.

De revolutie
Zonder een radicale systeemverandering blijven al deze potentiële kapitaalinjecties slechts eilandjes van idealen toegankelijk voor een kleine elite. Carlota Perez geeft in een interview met De Volkskrant van 3 augustus 2013 aan dat het hoog tijd is voor een institutionele revolutie. ‘Wat we voor de boeg hebben is een gouden tijdperk dat voor de wereldbevolking kan doen wat de naoorlogse bloei deed voor het Westen. […] Op de technologische revolutie moet een institutionele revolutie volgen, om de kracht van de economische en sociale transformatie te kunnen oogsten.’

De samenleving vraagt om de menselijke maat en meer verbinding en daarmee veelal om schaalverkleining. Zo constateren ook Zef Hemel, Femke Haccou en Jurgen Hoogendoorn in het interne vakblad Plan Amsterdam. Het grotendeels verplaatsen van de huidige verantwoordelijkheden van de stadsdelen in Amsterdam naar het centrale stadsbestuur is daarbij, hoewel begrijpelijk, een ontwikkeling die tegen alle huidige trends en kansen in gaat.

We moeten vooral doorgaan met knabbelen aan de poten van bestaande systemen en innovatieve werkwijzen blijven bedenken. Mét het besef dat, mits de huidige trends doorzetten en de bereidheid tot verandering groter wordt, we te maken hebben met een grootschalig veranderingsproces dat nog wel tien jaar in beslag gaat nemen. Dat is de geleidelijke revolutie waar we middenin zitten.

Blog: Donica Buisman, gepubliceerd op Ruimtevolk.

Comments are closed.